Jij bent een Complex Dynamisch Systeem

Iedereen is een complex dynamisch systeem (CDS), wat betekent dat het lastig is te voorspellen wat iemand gaat doen of denkt. Ook is het lastig te voorspellen hoe je iemand kunt beïnvloeden, iets dat een leerkracht nogal eens graag wil doen bij een leerling.

Zodra je twee mensen, bijvoorbeeld een leerling en leerkracht, tegelijk observeert, is de relatie tussen deze twee complexe mensen zelf ook weer een complex dynamisch systeem. Net als de rest van de klas en het gezin thuis overigens.

Het wordt snel complex.

Daar is beslist wat aan te doen, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

Volgens Paul van Geert, die werkte aan de dynamische systeemtheorie van ontwikkeling (Van Geert, 2008), is het belangrijk te weten naar welke situatie een systeem als vanzelf verlangt. Dat is de situatie waar een systeem in terecht komt als je het z’n gang laat gaan. Het komt dan in een voorkeurssituatie op basis van een aantrekkingskracht in het systeem, waar het systeem dan in rust lijkt te zijn.

Schijnbare rust

Dat systemen naar een bepaalde situatie streven, dat kun je makkelijk vaststellen. Een kind dat veel speelt, speelt het liefst. Dat is de streefsituatie door de attractor van het spelen. Een student die graag studeert, wordt daardoor aangetrokken en dan zie je die dus veel achter de boeken en de computer.

Maar dergelijke situaties zijn vaak niet in rust, ze zijn in balans. De drijfveren om te veranderen zijn in balans met de drijfveren om te doen wat het systeem het liefste doet. Denk maar een een te veel naar de TV kijkende puber: zowel de druk van de omgeving om iets nuttigs te gaan doen als de wens om vermaakt te worden, strijden tegelijkertijd om de aandacht van deze jong volwassene. De TV is aantrekkelijk en het nuttige kamer opruimen stoot af. Grijpt de ouder in en zet die de TV uit, dan blijft de puber waarschijnlijk zitten. De wens om vermaakt te worden en de druk om te gehoorzamen zijn in evenwicht en blijven zitten is dan een systeem in schijnbare rust.

Zowel de puber als de ouder ondergaan stress, emoties en vast ook nog heftige gedachten over elkaar, maar dat blijft als een soort vulkaan die op springen staat nog allemaal redelijk rustig. Van binnen is het heftig in beroering, van buiten bekeken lijkt het in balans.

Streefplek van een systeem

Complex dynamische systemen convergeren vanzelf naar de attractor, de plek waar ze graag zijn. Omdat er krachten in het systeem zitten die, zelfs als je niks beïnvloed aan het systeem, het systeem vanzelf naar een gewenste staat brengen. Dit geldt voor systemen die één mens zijn, maar nog meer voor groepen die je wilt begeleiden (Hoogenboom 2004).
Systemen kennen ook repulsors, dat zijn de plekken waar ze helemaal niet willen zitten, zodat een systeem uit alle macht zal proberen daarvandaan te blijven.

Van de attractors houd je als mens, daar wil je graag heen. Daar gaat jouw aandacht met gemak naar toe. Van de repulsors heb je angst, daar wil je weg van blijven.

Het wordt een lastig punt als een leerling of student een attractor heeft die je als leerkracht niet wenst, waardoor er vanzelf een stabiele én tegelijkertijd ongewenste situatie ontstaat.

Waar de aandacht heen gaat beïnvloeden

Waar de aandacht van een complex dynamisch systeem, zoals een leerling of student dat is, kun je op twee manieren beïnvloeden:

  1. Verleiden – met zo seductor via zo min mogelijk inspanning door de beïnvloeder, proberen een gewenste verandering door het systeem zelf te laten doorvoeren;
  2. Verstoren – met een disruptor die je in het systeem aanbrengt, ervoor zorgen dat het bestaande gedrag niet meer volgehouden kan worden.

Er is voor beide interventies wat te zeggen. Vanuit een vriendelijk en positief mensbeeld kies je het liefst voor de seductor. Je doet dan als beïnvloeder zo min mogelijk, om daarna het krachtenspel in de ander het werk te laten doen. Voorbeeld: “Als jullie hier nu even je best voor doen, dan maken we straks lol…”.

Ben je meer van haast, doorpakken en gehoorzaamheid, dan heeft het verstoren van het ongewenste situatie met een disruptor jouw voorkeur. Meestal verhinder je dan dat de attractor nog haar werk doet, meestal activeer je een stevige repulsor, waar het systeem helemaal niet heen wil. Daarmee maak je het huidige gedrag in het systeem onmogelijk en ontstaat er nieuw gedrag. Je verwacht dan gewenst gedrag natuurlijk, maar dat is nog even afwachten. Voorbeeld: “Die TV uit en kamer opruimen, anders twee weken grounded en geen zakgeld!”.

Samengevat

Als leerkracht wil je de aandacht van de leerling of student op een goede plek hebben. Liefst de hele dag, maar dat gaat natuurlijk niet. Het complex dynamische systeem dat in de leerling zit werkt niet 100% mee aan wat je als leerkracht wilt. Want in de leerling zijn attractors (voorkeuren) en repulsors (angsten) actief, die vanzelf tot een voorkeurssituatie aanleiding geven.
Dan het systeem beïnvloeden, zodat de aandacht naar een gewenste plek gaat, kun je seductors en disruptors aanbieden aan het systeem.

Wat dan werkt als interventie, is een ander onderwerp (komt later).

Wat werkt voor jou?

Wat werkt voor jou: seductors of disruptors? Heb jij attractors en repulsors? Laat me hieronder dat eens weten…

Literatuur

Moe, lusteloos of in verzet... | www.TalentontwikkelingenDiversiteit.nl

4 antwoorden op “Jij bent een Complex Dynamisch Systeem”

  1. Interessant Mark wat je schrijft over verleiden en verstoren. Lijken mij beiden interventies die soms gewenst en geschikt zijn om een leerling of een groep in beweging te brengen naar een andere toestand. Welke het meest effectief is hangt af van jezelf en jouw inschatting van de situatie. Ik zou liefst kiezen voor de benadering om te verleiden, dat past mij als persoon goed.
    Maar het hangt natuurlijk niet alleen af van degene die de interventie toepast. Het hangt ook af van de leerling of de groep (die divers is) en de interactie tussen mij en de ander(en): het complexe aan dit systeem is weer dat het kiezen van één van beide interventies alleen maar werkt als het binnen die interactie een ‘gewenste’ toestand oplevert. Dus: de opbrengst van verleiden of verstoren wordt bepaald door de wisselwerking tussen de interveniërende factor (de leraar) en de te beïnvloeden factor (de leerling of de groep).
    Wat denk jij? Kun je dit zo stellen:
    – leraar verleidt – leerling/ groep vraagt om verstoring: destructieve frictie
    – leraar verstoort – leerling/groep vraagt om verleiding: destructieve frictie
    – leraar past interventie toe waar leerling/ groep om vraagt: constructieve frictie

    -Karlien-

    1. Hai Karlien, prachtig gesteld! Altijd mikken op constructieve frictie lijkt me een prachtige intentie.
      Dank je voor jouw reactie.

  2. Voor mij: seductors. Met zo nu en dan de bewuste inzet van een disruptor om iemand wakker te maken. Om daar vervolgens snel weer een seductor aan toe te voegen.

    1. Klopt, de disruptor is soms nodig om te voorkomen dat iemand op een plek blijft zitten waar er geen oplossing mogelijk is. Zag daar laatst nog een mooie spreuk over: “Kan ik zien dat mijn waarheid de ander zijn ego soms pijn doet, maar zijn ziel verrijkt?”.
      Altijd verleiden klinkt het mooist, maar iemand verleiden om een comfortable maar slechte plek los te laten gaat alleen met een vonk (disruptor).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *